Vaderverstoting

Ouderverstoting en de minderheid van zorgende vaders

Door het traditionele patroon zullen kinderen na echtscheiding meestal hun hoofdverblijf bij de moeder hebben. Bij vechtscheidingen leidt dit soms tot minder of geen contact tussen kinderen en hun vader.

Ik krijg daar kippenvel van.  In het algemeen gaat het over het probleem dat in een vechtscheiding het contact tussen de ouders zo slecht is, dat de kinderen betrokken worden in de strijd en de ouders elkaar niet alleen als partner, maar ook als ouder proberen de tent uit te vechten. En dat is het eigenlijke probleem, want kinderen kunnen een scheiding gezond verwerken, mits zij niet betrokken worden in ongezonde gevechten. Een kijkje op villapinedo.nl illustreert meer dan genoeg wat het effect is op kinderen van gevechten tussen ouders, laat staan van gevechten waar de kinderen onderdeel van uitmaken. In het stadium van de scheiding zelf is het ontzettend belangrijk om het uit elkaar gaan als partners los te zien van het gezamenlijk voort te zetten ouderschap. Natuurlijk is dat verschrikkelijk moeilijk, zeker als het over de verdeling van de zorg van de kinderen gaat.

De ‘zorgende vader’ is nog altijd in de minderheid. De uitgangspositie bij de meeste scheidingen is dus zo dat de moeder gewend is meer voor de kinderen te zorgen dan de vader. Als de ouders – of een van hen – dat na de scheiding anders wil(len) invullen, kan dat spanningen geven. Bijvoorbeeld: de traditioneel minder zorgende vader die ‘nu ineens’ co-ouderschap wil, kan bij de moeder stuiten op rancune. Waarom kon dat tijdens de relatie niet en nu ineens wel? Of: de minder zorgende vader is bang dat de moeder de macht heeft om hem het contact met zijn kinderen te ontzeggen, en wil vanuit die angst een perfect gelijke verdeling van de zorg.

Het gaat dan helemaal niet meer om de kinderen en wat het beste voor hen is, maar het gaat om de evenwichtsbalans, machtsbalans misschien zelfs, tussen de partners. Dat niet onderkennen kan het begin van het ontstaan van een vechtscheiding zijn.

Als mediator is het van levensbelang is om te helpen om het onderscheid te maken tussen partnerschapskwesties en ouderschapsinvulling. En streng te bewaken dat er realistisch naar de zorgverdeling wordt gekeken, vanuit de gedachte dat die voor de kinderen optimaal moet worden, los van hoe ‘gelijkelijk’ die verdeling tussen de partners uitpakt. Uiteraard met aandacht voor de gevoelens van onmacht en frustratie.

Zo probeer ik mijn steentje bij te dragen.